Randstad blijft achter met burgerhulpverleners Het laatste nieuws

Randstad blijft achter met burgerhulpverleners

21-06-2016: Het aantal mensen dat ingeschreven staat als burgerhulpverlener neemt steeds verder toe. Bij een hartstilstand van iemand kunnen deze mensen worden opgeroepen om te komen reanimeren. Maar het doel van de Hartstichting is nog niet gehaald. Vooral in de Randstad blijft het aantal aanmeldingen achter.

Wanneer iemand in de buurt een hartstilstand heeft, krijgen een aantal burgerhulpverleners een sms-bericht. Aan hen wordt gevraagd om zo snel mogelijk naar het slachtoffer te gaan of in de buurt een AED op te halen en de reanimatie te starten. Voorwaarde om burgerhulpverlener te kunnen zijn is dat je een ehbo-cursus reanimeren hebt gehad en hebt gehaald.

In Nederland mogen zich inmiddels ruim 130.000 mensen burgerhulpverlener noemen. In november 2015 waren dit er nog slechts 88.000. Voor een landelijk dekkend netwerk zouden er volgens de Hartstichting 170.000 mensen, verspreid over het land ingeschreven moeten staan. Dat is ongeveer 1 procent van de totale Nederlandse bevolking. Verder dienen er volgens de Hartstichting 30.000 Automatische Externe Defibrillatoren (AED's) 24 uur per dag bereikbaar zijn. Naar schatting zijn dat er nu ongeveer 10.000. Verder zou de Hartstichting graag willen dat alle 112-meldkamers gebruik zullen maken van één van de twee alarmeringssystemen om burgerhulpverleners te waarschuwen. Op dit moment is het nu nog niet zo ver. In een aantal grote steden is het systeem waarmee mensen worden opgeroepen nog niet aangesloten. 

In 120 dorpen en steden zijn op dit moment nog geen burgerhulpverleners actief. Uit cijfers van de Hartstichting blijkt dat de meeste burgerhulpverleners in landelijke gebieden wonen. Door een wervingscampagne zijn er in de grote steden wel veel nieuwe vrijwilligers bij gekomen, maar ze kunnen nog niet gewaarschuwd worden. Hiervoor zouden de 112-meldkamers namelijk aangesloten moeten zijn bij een van de alarmeringssystemen voor burgerhulpverleners.

Amsterdam gaat wel onderzoeken of burgerhulpverleners in de buitenwijken een oproep kunnen krijgen bij een hartstilstand in de buurt. Maar het stadsbestuur ziet er niets in om ook vrijwilligers in het centrum van de stad te informeren. Wethouder Van der Burg denkt ook niet dat dit noodzakelijk is, aangezien de eigen professionele hulpverleners van ambulance, politie en brandweer snel genoeg ter plaatse kunnen zijn.

Bij de Hartstichting gaat dat argument er niet in. Directeur Floris Italianer: "Ik heb nog geen goede argumenten gehoord waarom ze het niet zouden moeten doen. Ik denk dat het slachtoffer er geen bezwaar tegen heeft dat er heel snel iemand is om te komen helpen". 

De Hartstichting hoopt desondanks dat er eind 2017 een functionerend landelijk dekkend netwerk is van burgerhulpverleners. Bij 170.000 burgerhulpverleners kunnen er volgens de stichting jaarlijks 2500 levens worden gered door snelle reanimaties voordat het ambulancepersoneel gearriveerd is. Italianer: "Dat zijn grote aantallen, zeker als we het vergelijken met de 580 tot 600 verkeersslachtoffers die jaarlijks vallen. We doen met z'n allen ontzettend ons best om dat aantal naar beneden te brengen, maar we hebben hier de kans om met relatief weinig inspanning duizenden levens te redden. Dat kunnen we gewoon niet laten liggen."