Huisarts en bedrijfsarts kunnen samen meer Het laatste nieuws

Huisarts en bedrijfsarts kunnen samen meer

10-01-2013 - Huisartsen en bedrijfsartsen zouden nog beter kunnen samenwerken, aldus het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL). Op dit moment opereren ze ieder nog vooral in hun eigen domein, vanuit hun verschillende belangen en behandeldoelen. De huisarts is met name gericht op de gezondheid van de patiënt en kijkt niet altijd naar het wer dat iemand doet. De bedrijfsarts kijkt daar juist wel naar en ziet vaak ook het bedrijfsbelang.

Over het algemeen is werken gezond maar het kan soms ook minder goed of zelfs schadelijk zijn voor de gezondheid. De bedrijfsarts kan bij ziekte en verzuim aangeven wat een werknemer nog op een verantwoorde wijze zou kunnen doen. Op deze manier wordt er geholpen bij het herstel en bij de hervatting van het werk. Een goede werkgever zal graag investeren in de gezondheid van de werknemers en eventueel een bedrijfsarts raadpegen voor advies. Maar iedere werknemer heeft echter ook weer een huisarts. Het kan dus voorkomen dat de huisarts en de bedrijfsarts een verschillend advies geven. Met de vergrijzing in zicht en de noodzaak om langer door te werken, ligt hier een punt voor verbetering. De ministeries van VWS en SZW hebben het NIVEL gevraagd het onderzoek naar de samenwerking tussen bedrijfs- en huisarts in kaart te brengen en aan te vullen.

NIVEL-programmaleider Ronald Batenburg schetst het perfecte plaatje: "Door structureel contact tussen huisartsen en bedrijfsartsen kunnen beiden effectiever en gerichter een diagnose stellen en ook gerichter behandelen". “De huisarts krijgt bijvoorbeeld inzicht in (vage) klachten die met het werk te maken kunnen hebben. En de bedrijfsarts zou dan meer een rol kunnen spelen bij de behandeling en het voorkomen van gezondheidsproblemen van werknemers, dan primair op het ziekteverzuim gericht te zijn. Bijvoorbeeld, bij schouderklachten die veroorzaakt worden door het werk, helpen oefeningen, maar kan ook aanpassing van de werkomstandigheden met hulp van de bedrijfsarts wenselijk zijn. En ook bij een burn out is een patiënt gebaat bij goed overleg tussen huisarts en bedrijfsarts.”

In de huidige situatie hebben huisarts en bedrijfsarts te ver uiteenlopende belangen en behandeldoelen. De huisarts is met name gericht op zijn patiënt, wordt betaald uit de zorgverzekering en heeft vooral aandacht voor de algemene gezondheid van de patiënt. De bedrijfsarts is er voor de werknemer maar advissert ook de werkgever, wordt betaald door bedrijven en is gericht op de gezondheid van de werknemers in relatie tot het werk. Over het algemeen is tussen beide weinig contact.

Een andere reden van het samenwerkingsprobleem ligt in de dalende populariteit van het beroep van bedrijfsarts. Een bedrijfsarts heeft een vierjarige specialisatie sociale geneeskunde afgerond en moet daarnaast iedere vijf jaar een herregistratie aanvragen. Batenburg zegt hierover het volgende: "Nu er steeds minder bedrijfsartsen worden opgeleid, komt de vraag naar boven of zij nog wel dezelfde rol binnen de arbocuratieve zorg moeten blijven vervullen. Dit zal ook bepalend zijn voor de samenwerking tussen bedrijfarts en huisarts."

De onderzoekers zien een aantal mogelijkheden om de samenwerking te verbeteren. Van Batenburg: “Maak over de verschillende domeinen heen de winst van de ‘arbocuratieve samenwerking’ – de samenwerking tussen huisarts en bedrijfsarts – beter zichtbaar. Dat is minder ziekteverzuim en langere arbeidsparticipatie, doordat zij elkaars expertise aanvullen en daarmee zowel de kwaliteit van leven als het werk van patiënten en werknemers kunnen verbeteren. Maak samenwerking ook praktisch gezien aantrekkelijker en makkelijker, bijvoorbeeld door meer informatie-uitwisseling via ICT. Het is goed dat verschillende partijen zich nu gezamenlijk verantwoordelijk voelen en het Ministerie van VWS en SZW daarin samen optrekken. Het recent uitgebrachte advies van de Sociaal Economische Raad (SER) is ook een belangrijke stap. Daarbij blijft het belangrijk nieuwe initiatieven en de toekomst voor arbocuratieve samenwerking te monitoren en evalueren.”

Het NIVEL heeft informatie uit bestaande rapporten over de samenwerking tussen huisartsen en bedrijfsartsen op een rij gezet. Daarop voortbouwend werd een rondgang gemaakt langs diverse brancheverenigingen, werkgevers- en werknemersverenigingen, verzekeraars, patiëntenverenigingen en een adviesbureau om zo breed mogelijk naar de problematiek te kijken. Daarnaast zijn ook een aantal bedrijfsartsen en huisartsen in een online focusgroep gevraagd wat zij zelf als knelpunt én oplossing zien.